Ere-voorzitter Jvan Praag Gaarne voldoe ik aan het verzoek van de AJAX-NIEUWS-redactie een bijdrage te leveren voor ons clubbladdat ditmaal in het teken staat van het 80-jarig bestaan van onze club. Denkend aan het verleden, aan het jaar 1929, toen ik tot de Ajax-gelederen toetrad, kan ik bogen op een meer dan 50-jarig lidmaatschap, waaraan ik ontzettend veel vreugde heb beleefd. In 1964 genoot ik de eer na een kleine bestuurscrisis tot voorzitter te worden benoemd, aanvankelijk voor een ad interim-periode, maar het zou voortduren tot 1978. Het eerste bestuursjaar was niet zo best; met pijn en moeite ontkwamen we op de dertiende plaats eindigend aan de degradatie. Daarna echter heeft de toen malige ledenraad een aantal mensen om mij heen weten te zetten en was intussen een goede trainer in de persoon van Rinus Mie hels aangetrokken die een bestuur vormden dat in goede samenwerking met elkaar, de weg naar succes sen wist te vinden. Die successen werden, mede door een qua klasse alsmaar groeiend elftal, al spoedig bereikt door vanaf het seizoen 1965/1966 drie maal achter elkaar het landskampioenschap te veroveren. Het Europese niveau bleek daarbij nóg niet te zijn bereikt, maar het kwam wel Vier maal in de finale om Europa Cup 1, waarna drie keer in successie winnaar, de wereldbeker in 1972, twee maal de Super-Cup, de Intertoto-Beker en daar tussen door ook nog enkele keren de KNVB-Beker en vier keer 'the doublewat een club Wat een naam hebben we ook overal door het feit dat we dit seizoen voor de VEERTIENDE ACHTEREENVOLGENDE KEER Europees voetbal spelen; ik dacht dat dit ook inderdaad een bijzonder grote prestatie is. Na mijn aftreden als Ajax-voorzitter werd ik benoemd tot lid van het Sectie-bestuur Betaald Voetbal van de KNVB, waar ik nu tevens de functie van vice-voorzitter vervul en waarbij mij de post is toebedeeld die met de wijdse naam 'Minister van Buitenlandse Zaken' wordt aangeduid. Ik kom daardoor, veel meer dan in mijn tijd bij Ajax, in contact met buitenlandse vertegenwoordigers, UEFA-leden e.a. ook buiten Europa. En als ik dan beluister hoe alom over Ajax gesproken wordt, dan ben ik er uiteraard bijzonder trots op ere-voorzitter te mogen zijn van deze ge weldige club. Het feit dat we momenteel over een A-selectie beschikken, die vertrouwen schenkt voor de toekomst, mede gezien de aanwas van jong talent, er bekwame bestuurs leden zullen zijn voor een juist beleid, dat alles geeft mij de overtuiging dat het Ajax tot in lengte van dagen goed zal gaan. J. van Praag

AJAX ARCHIEF

Clubnieuws Ajax (vanaf 1916) | 1980 | | pagina 15