15 v. d. Veen, stug en onverzettelijk, blokkeerde de ruimte, die Joop en Cor hem lieten. Als laatste bolwerk stond daar achter het ex-internationale trio, Potharst, v. d. Linden en Keizer, dat met Argus-ogen de Ajax-kooi bewaakte. Neen, men moest wel van heel deftige voetbal-familie zijn, om in dit bastion een bres te slaan. De N.E.C.-ers waren er niet toe in staat en toen Bruins een solo-nummertje weggaf en met een scherp schot nummer vier in het net joeg, was het met Nijmegen gedaan, afgelopen, punt, uit. Het werd dramatisch. Een kampioensvoetbal-farce, besloten met een gloeiend-hete-v. d. Linden-penalty-kogel en een jong leurs-doelpunt van Gé van Dijk, dat men alleen bij de voetbal- haute-voleé moet zoeken. Met 60 kwam het einde van een voetbalmatch, die een triomf werd voor de techniek, een daverend succes voor de Reynolds-school. Zaterdag 5 Juli 1947 zal met gulden letteren in de steen der Ajax-geschiedenis gebeiteld worden. En als wij over tien, twintig en meer jaren op die steen neerblikken, dan zullen wij lezen,, dat G. Keizer J. Potharst H. v. d. Linden C. v. d. Hart J. v. d. Veen J. Stoffelen G. Fischer R. Michels G. Bruins G. v. Dijk G. Drager G. Stroker, Th. Brokmann, H. Blomvliet, P. Leemhuis de Ajacieden, de voetbalhelden waren, die onder leiding van voetbal-grootmeester Jack Reynolds, onze club het achtste kampioenschap van Nederland brachten en daarmede het trotse record van H.V.V. egaliseerden. Dan zullen wij ons peinzend op die steen neerzetten en terugdenken aan dat schone spel van Guus Drager, Michels, v. Dijk en al die andere Ajacieden, daar in dat prachtige stadion, dat naar de naam ,,de Goffert" luistert. Een man in feeststemming is, nuchter bekeken, toch een heel raar artikel. Eerbiedwaardige huisvaders, die reeds dik in de huwelijksjaren zitten, schrandere zakenlui, met een kei harde, realistische kijk op het leven, droge kantoorslaven met de pakjes-brood-actetassen onder de arm, heel die grote, bont- gepluimde stoet van globe-bewoners, door een onzichtbare hand tot jolijt-ontploffing gebracht, is een even onverklaar baar als verbazingwekkend verschijnsel. Individueel soms heel moeilijk uit de plooi te brengen, collectief soms door een sim pel feit tot vreugde-uitbarstingen verleid. Zo'n uitzinnige jolijt-explosie beleefden wij, toen onze jongens na afloop van de match door een vreugdedronken supportersschare naar de kleedkamers werden gedragen. Zo'n explosie maakten wij mee, toen uitgelaten Ajacieden -oud, jong, eerbiedwaardig, zakelijk enz. onder de „Goffert" het clublied daverden en dansende Indianen imiteerden. Het was een schoon ogenblik, volk! Het was een schoon ogenblik, toen al die supporters, gewapend met vlaggen, onze spelers in triomf naar de auto's droegen. Het werd een schone en onvergetelijke nacht. Ha, die Stoffelen en Dr. Posthuma. Misschien heeft U er flitsen van opgevangen, toen de wereld-omroep er enige frag menten van naar de West expedieerde. Misschien heeft U de stem van Koolhaas gehoord, toen hij via de micro, op het dak van de Goffert, onze landgenoten in den vreemde vertelde, hoe Ajax kampioen van Nederland werd. Het waren twee schone dagen, die wij in en om de Keizerstad doorbrachten. En in Kras. Natuurlijk kwam vriend de Bruine van D.W.S. met zijn makkers vertellen, wat de blauw-zwarten van ons kampioenschap dachten. De heer Kruiver uit de Zaan, pakte even natuurlijk de trein om Ajax te feliciteren. Twee jongens van „Wees een Zegen" met hun directeur complimenteerden onze spelers; een ontroerend moment. Enige leden boden bloe men en cadeaux aan en de supportersclub, in slagformatie, kwam onder het zingen van: „dat kan alléén maar Ajax etc." met vlaggen en bloemen Jack Reynolds en zijn team huldigen. Old Jack ging voor de micro zingen, Koolhaas en Keizer moes ten speechen; dat ging vlot en gezellig. Joop Stoffelen diri geerde de supportersclub en vroeg een hoeraatje voor Stoffelen je moet maar lef hebben dat hij prompt kreeg. Tot diep in de nacht is er doorgehaald. De boog werd ont spannen. AjaxN.E.C. 51. Ook de laatste wedstrijd van de kampioenscompetitie 1947 werd een volledig succes voor captain Keizer en zijn mannen. Het was daarom jammer, dat de weergoden ons bij deze kamp in de steek lieten, waardoor vele trouwe bezoekers de verre tocht naar de Ajax-grounds niet ondernamen. Begrijpelijk maar zij hebben het een en ander gemist. Op de eerste plaats

AJAX ARCHIEF

Clubnieuws Ajax (vanaf 1916) | 1947 | | pagina 15