Daniël de Ridder belangrijkste cijfer te noemen, maar erg waarschijnlijk is dat niet. De Ridder: 'Het Vossius en de Toekomst behoren tot verschillende werelden. De enige overeenkomst is de prestatiegerichtheid. Het verschil tussen het gymnasium en het voet bal is dat de druk bij het voetbal vele malen groter is. Daardoor is het een veel hardere wereld. Er zit zoveel druk op de ketel dat er geen enkele tijd is voor een mindere periode. Er is geen tijd voor een slechte wedstrijd. Er is geen tijd voor geen doelpunt. Daardoor moet je elke dag staande zien te blijven. 'Er wordt op een andere manier met mensen omgegaan dan op het gymnasium. Het is gewoon harder. Daar is ook niets mis mee, begrijp me goed. Ik wil op geen enkele manier de indruk wekken dat ik de omgangsvormen in het voetbal inferieur vind. Ik beklaag me er niet over. Alleen, je moet niet als enige andere normen en waarden hanteren, want dan wordt dat je ondergang. Je moet je eraan aanpassen. En ook in dat opzicht moet je steeds de knop omzetten. Dat kan ik heel goed. Het maakt misschien een licht schizo frene indruk, maar je bent twee personen. Die ben ik wel allebei echt. Ik ben een voetbal ler en een gymnasiast. When in Rome, do as the Romans do. Je moet meegaan in de mores van de omgeving. Ik probeer altijd mijn eigen normen en waarden hoog te houden, maar je merkt af en toe dat er dan over je heen wordt gelopen. Dan ben je te beleefd, te aardig, te poezig. Dan ben je te bescheiden. Bescheiden, dat is het mooiste woord. Dan loopt men over je heen. Dat zal ik nooit meer meemaken. Niemand die dat niet aankan zal mij nog bescheiden meemaken. Laat ik het zo zeggen: ik ben altijd bescheiden geweest, maar ik heb gemerkt dat bescheidenheid niet altijd loont binnen de voetballerij. Soms moet je hier hard zijn tegen de hardheid. Dan begrijpt de hardheid jou pas. Om het maar simpel te zeggen... 'En toch wil ik nu niet de indruk wekken dat ik van nature zo'n lieve, aardige en beschei den jongen ben. Ik heb de onbescheidenheid in me. Het is echt niet zo dat ik mezelf geweld moet aandoen om een grote bek op te zetten. Ik kan heel agressief uit de hoek komen. Alleen ben ik van nature wel rationeel ingesteld, en dat staat een emotionele uit barsting nog weieens in de weg. Ik denk altijd goed na over mijn reactie op wat dan ook. Bang om anderen of mezelf te kwetsen. Heel voorzichtig ben ik meestal. Maar binnen de club moet ik soms juist wel emotioneel reageren. Dat is wat ze begrijpen en wat ze voe len. Ik zou liever dingen op een andere basis doen, maar dat past misschien niet bij top sport. Kennelijk niet. En Portugal is daarvan echt niet het enige voorbeeld. Door schade en schande word je wijs, met in dit geval een merkwaardige betekenis voor het woord wijs. Want heel wijs moetje dus niet altijd willen reageren. Slechte ervaringen hebben mij gemaakt tot de voetballer Daniël die ik nu ben. Dat tekent zich ook af binnen de lijnen van het veld. Op het moment dat ik te bescheiden ben, krijg ik geen bal. Mijn kracht is vooral ook de actie. En iemand passeren vanuit bescheidenheid kan niet. Je moet zeker weten dat je die man dolt. Je moet schijt hebben aan alles, als je niet wilt blijven steken in balletjes terugleggen op de rechtsback van je eigen ploeg. Als ik me brutaal opstel, ben ik op mijn best. Je moet het niet overdrijven, want zelfs in de voetballerij kun je te onbescheiden zijn. Je ziet wel eens spelers die net doen of zij de enige zijn die er toe doen. Dat worden ongeliefde egoïsten. Ongeliefd vooral bij hun eigen medespelers, en dat keert zich uiteindelijk altijd tegen je.' Onbevangenheid De Ridder: 'Ik ben er zelf achter gekomen hoe de wetten van het voetbal in elkaar zitten. Ik heb geleerd dat communicatie een schaars goed is in deze wereld. Toen ik bij Leo Beenhakker op kantoor kwam voor een contractbespreking had ik iets meer waardering verwacht van zo'n man naar een jeugdspeler toe. Ik kwam daar aan, fantastisch blij, want het was mijn eerste contractbespreking, maar ik kreeg een take-it-or-leave-it-aanbieding. Dat vond ik heel erg hard en bitter. Daardoor begreep ik dat ik niet meer aardig aan tafel kan gaan zitten om met elkaar blij en tevreden te zijn dat we iets voor elkaar kunnen betekenen. Misschien was het naïef om te denken dat het niet puur zakelijk benaderd hoefde te worden. Dat zal dan mijn jeugdigheid geweest zijn, maar het maakte in één klap duidelijk hoe de verhoudingen liggen en hoe het spel gespeeld wordt. En daar komt natuurlijk bij datje al op zeer jonge leeftijd met fenomenen als contractbesprekingen wordt geconfronteerd. Jongens waarmee ik in de klas heb gezeten, komen pas over tien jaar in een soortgelijke situatie terecht. Dan zijn ze klaar met studeren en moeten ze zich op een markt gaan begeven. Ik ben daar direct in terechtgekomen en dan moetje wennen aan de omstandigheden die er kennelijk heersen. Maar dat wil niet zeggen dat ik denk dat het in andere werelden anders toegaat. Laten we het er maar op houden dat ik sneller volwassen moest en moet worden dan mijn klasgenoten van het Vossius die ik zo dadelijk op de reünie ga zien. Het is dus ook geen verwijt naar Beenhakker. Hij handelde zoals er gehandeld moest worden. Het zegt meer iets over mijn misplaatste onbevangenheid. Ach, mijn vrienden van school wonen nu op kamers, met een karig inkomen dat ze moeten aan vullen met een bijbaan. Ze moeten punten halen voor hun studie. Dat is ook geen luilek kerland. Ik hoor van ze dat het niet altijd meevalt. Vroeger dacht ik weieens dat ik mis schien liever toch zo'n fase in mijn leven wilde doormaken op kamers, en studerend. Doen wat je wilt doen en van je jeugd genieten. In de rondte klooien, ook al heb je geen cent te makke. Die romantiek is een rechtsbuiten van Ajax niet gegund. Elk voordeel heb ze nadeel.' Van God los De Ridder: 'Ik word nu in de media neergezet als een soort glamourboy, vanwege mijn uiterlijk. Maar ik heb het liefst dat men mij waardeert als voetballer. Tegen beeldvorming onderneem je weinig. Het is alleen zo dat ik moet zorgen dat ik niet op allerlei feestjes ga verschijnen. Dat zou dat beeld bevestigen. Het kan lastig zijn. Ik ben toch op de leeftijd datje je ook op dat vlak wilt ontwikkelen. Helemaal niet dat ik iedere week met mijn vrienden dronken uit Dansen bij Jansen gedragen wil worden, maar een paar keer per jaar wil ik me wel kunnen laten gaan. Alleen wanneer dat kan en mag met oog op de voet balkalender. Het is geen straf om voor het voetbal te moeten leven. Ik weet precies wat ik wel en niet kan doen. Een keer in de twee maanden uit is zes keer per jaar. Daarover kan men niet zeggen dat ik een tweede Dani ben. Ik heb niets tegen van God los gaan. Maar daarvoor heb ik wel een zeer bijzondere aanleiding nodig. Als we kampioen worden, dan ga ik misschien van God los. En dan zal ik me in alle onbescheidenheid zelf ook kam pioen noemen. Zeker als ik echt een aandeel in dat kampioenschap heb gehad. Dan zal ik zo lang mogelijk genieten van wat we hebben bereikt en wat ik persoonlijk heb bereikt. Het is zo mooi allemaal. Het is echt gebeurd. Wat ik als jongetje droomde, durfde ik niet meer te dromen toen ik me kon bedenken dat de werkelijkheid nooit zo mooi kon zijn. Nu het zover is, lijkt het toch verdacht veel op die jongensdroom. Als je jezelf terugvindt in Ajax 1, is dat de ontdekking van de hemel.' Raymond Bouwman APRIL 2004 29

AJAX ARCHIEF

Magazine (1987-2007) | 2004 | | pagina 29