tafel leggen. Dat dient namelijk geen enkel doel. Maar neem maar van mij aan dat het niet gemakkelijk is geweest. Dat ik uiteindelijk, door welke factoren dan ook, toch mee mocht naar het trainingskamp in Portugal, terwijl ik daarvoor eerst was gepasseerd, is niet meer dan rechtvaardig. En gelukkig heb ik dat op het veld kunnen laten zien. 'In het slechtste geval zou ik naar een andere club zijn gegaan. Er waren voldoende mogelijkheden om me wat dat betreft geen enkele zorgen te maken. Ik kon naar clubs die misschien niet eens minder groot zijn dan Ajax. Zonder uit arrogantie te spreken, uit hooghartigheid of verwaandheid, maar ik wist dat ik het in me had de top te kunnen halen. Dat neemt niet weg dat ik het altijd bij Ajax wilde halen, en dat ik korte tijd voor mijn doorbraak twijfelde aan die route. Zeker toen Tom de Mul mee mocht naar Portugal en ik niet. Het leek inderdaad mis te gaan bij Ajax. Ik zou het seizoen hier afmaken en dan bij een andere club gaan voetballen. Ik dacht: als jullie het niet zien, zien anderen het gelukkig wel. Persoonlijk hield ik er geen rekening meer mee dat het bij Ajax toch nog op zijn pootjes terecht zou komen. 'Uiteindelijk kreeg ik toch een uitnodiging voor Portugal. Ik wist dat dit de eerste en waarschijnlijk enige kans was die ik zou krijgen. Dat zorgde voor nervositeit. Maar door dat ik in het verleden zoveel teleurstellingen heb moeten overwinnen, had ik leren relati veren. Ik was tot het besef gekomen dat Ajax misschien toch niet zaligmakend was. Lang verkeerde ik in een andere veronderstelling. Logisch, als je in De Pijp bent geboren en sinds je derde in een Ajax-tenue rondloopt. Op mijn tiende had ik een poster op de muur met allemaal handtekeningen, onder andere van mijn latere trainer Danny Blind. Een jaar later maakte ik de overstap van AFC naar AFC Ajax. Dan vergroei je met zo'n club. Het kost moeite om los te komen van het idee dat je alleen bij Ajax wilt spelen. En het voelt als een bevrijding om tot de ontdekking te komen dat de voetbalwereld uit meer clubs dan Ajax bestaat. Maar toch was ik in Portugal in het begin behoorlijk zenuwachtig. Dat merkje dan op de training. Het kon beter. Er spelen allerlei dingen door je hoofd. De eer ste dag vroeg ik me af wat nou de eigenlijke reden was dat ik toch mee mocht. Was het een vriendelijk gebaar? Een goedmakertje? Schrale troost? Paaien? Of was het een wel overwogen beslissing van de technische staf met de mogelijkheid om me te bewijzen? De officiële reden die vanuit Ajax is gegeven was het vertrek van Wamberto. Ik denk dat de werkelijke reden toch gezocht moet worden in... mijn eigen kwaliteiten. Bovendien is Ajax niet één persoon. Ajax is meerdere personen; meerdere stromingen, meningen. De één denkt er zus over, de ander zo. Je kunt je van alles afvragen, of je in de war laten bren gen door gemengde gevoelens, en in het begin had ik daar zeker last van, maar daarna besloot ik dat de reden van mijn aanwezigheid er minder toe deed dan mijn aanwezigheid zelf. Ik stond er. Ik werd opgesteld. Wiedergutmachung of niet, Wamberto of niet, als ik de bal kreeg zou men zien wat ik kon. Ik moest er alleen voor zorgen dat ik mezelf niet zou teleurstellen. Ik heb geleerd voor mezelf te spelen. Wat er ook allemaal buiten het veld gebeurt, of gebeurd is; wat er ook door wie wordt gevonden of besloten, je speelt voor je eigen kansen. Zo zag ik het. Het was nu of nooit. Elke training en elke wedstrijd heb je wat te bewijzen. De mensen die erover gaan, zitten voortdurend dicht op je huid. Ze zien alles. En daar moet je gebruik van maken. Een zuiverder indruk kun je niet maken. 'Wat in mijn voordeel werkte was dat ik vrij veel jongens kende uit de jeugd. Wesley, Nigel, Rafael, Johnny en Maarten kende ik al. En zij vingen me ook op. Andere jongens zagen me al eerder spelen in het tweede en respecteerden me. Zo voelde ik het ook. Ik voelde me in de groep volkomen op mijn gemak. In het evaluatiegesprek met Koeman zei hij ook dat hij vond dat ik leuk gedrag vertoond had. Hij vond het niet opvallen dat ik nieuw bij de groep zat. Ik werd niet overgeslagen en ik plaatste mezelf geen enkel moment buiten de groep. Ik hoefde me er ook niet voor te forceren, het ging vanzelf. Ik denk dat ik voldoende sociale vaardigheden bezit om mijn plek in zo'n groep in te nemen. Ik kon met iedereen goed opschieten. Met Soetaers sliep ik op de kamer en ging ik naar de sauna of de jacuzzi. Ik zat met de Belgen aan tafel. Ik playstationde met Zlatan. En dat helpt dan weer om met iemand die je eigenlijk niet kent, in contact te komen. Misschien ook doordat hij altijd won. Ik kende dat voetbalspel duidelijk minder goed dan hij. Ik had thuis wel een spelcomputer, maar veel tijd heb ik er nooit voor gehad. Ik moest kiezen tussen mijn gymnasiumdiploma en mijn playstationvaardigheden. Het eerste is ten koste gegaan van het tweede. Dat is eeuwig zonde, maar ik zal uit alle macht proberen mijn achterstand in te halen.' When in Rome Op school kan een onvoldoende worden gecompenseerd met een goede voldoende. Een vier en een zeven geeft een gemiddelde van vijfenhalf. Afgerond is dat een zes en daar mee slaag je. Bij Ajax kan een vier niet met een zeven worden gecompenseerd. Misschien dat men na zes keer een acht bereid is in een beoordeling de vier niet als eerste en 28

AJAX ARCHIEF

Magazine (1987-2007) | 2004 | | pagina 28