Bis
Spijt of geen spijt, een goed gevoel als mens of niet, de voetballer Litmanen was nog niet
uitgespeeld. Een oude Griekse held was bereid tot een bis, maar een terugkeer op het
oude nest had nogal wat voeten in de aarde.
'Bij het eerste contact gaf ik aan dat ik open stond voor Ajax, maar aan de andere kant
had ik nog een overeenkomst bij Liverpool voor één jaar. Van de club hoefde ik niet weg
uit Engeland. En Ajax wilde van zijn kant wel, maar kon eigenlijk niet. Eerst moesten er
spelers verkocht worden voordat er nieuwe spelers aangetrokken konden worden. Het
was dus een moeilijke periode om te onderhandelen.'
Na de voorbereiding meldde Litmanen zich alsnog bij de Amsterdamse club. De Fin deed
water bij de wijn en toen stond niets een terugkeer naar Ajax meer in de weg.
'Het was: oude club, nieuwe start,' aldus de verloren zoon. 'Er was op bestuurlijk niveau
en bij de technische staf in de personele bezetting in drie jaar het een en ander veran
derd, maar aangezien veel mensen een Ajax-achtergrond hebben, wist ik wat me te
wachten stond.'
De rentree van de inmiddels ervaren en bejubelde speler was niet te vergelijken met de
geruisloze binnenkomst van het talentje van tien jaar daarvoor.
'Toen ik in '92 binnenkwam moest ik me aan alles aanpassen. Hoe steekt de club in
elkaar? Hoe werkt het systeem? Bij mijn terugkeer was ik natuurlijk een van de meest
ervaren jongens. In mijn eerste periode had je een vaste groep van Amsterdams-Neder
landse jongens die al lang met elkaar speelden. De groep stond. De nieuwe jongens, zoals
ik, moesten zich bij aankomst aanpassen aan die groep. Tegenwoordig is het zo dat ieder
een zich steeds aan iedereen en aan alles moet aanpassen. Dat is een constant proces.
Nieuw, oud, jong, ervaren, Nederlander, buitenlander, je moet je aan elkaar aanpassen. De
groep als geheel is anders. Tien jaar geleden was ik een van de vier buitenlanders. Er
werd gewoon Nederlands gesproken. Er was een Amsterdams-Nederlandse manier van
doen. De nieuwelingen moesten achteraan aansluiten en meehobbelen. Nu hoor je naast
Nederlands ook Frans, Engels, Fins, Roemeens, Portugees. Ik zeg niet dat deze verande
ring slecht is. Ik wil alleen aangeven dat de groep anders leeft. Vroeger was het een
Amsterdams-Nederlandse ploeg, nu is het een multicultureel team.
'Het heeft te maken met een algemene verandering in het voetbal. Na het Bosman-arrest
was het gemakkelijker om van club te veranderen en verder te gaan. Voordien had je drie
a vier buitenlanders in een team. Dan heb je wel een hechtere groep, puur omdat de jon
gens langer bij elkaar zijn en blijven. Met de jongens uit mijn eerste periode bij Ajax
speelde ik vijf, zes, met sommigen zelfs zeven jaar. Met die teamgenoten heb je toch een
andere band. Nu is het al bijna normaal datje maar twee jaar met iemand samenspeelt.
Vorig jaar hebben we een goed seizoen gedraaid en prompt vertrekken er drie spelers.'
1ft AJAX MAGAZINE
Natuurlijk proces
Van jou wordt verwacht dat je het voortouw neemt in het volgen van de Ajax-lijn. Hoe doe
je dat?
'Natuurlijk zeg of doe ik weieens iets bewust, maar het zit hem meer in hoe ik met de jon
gens omga. Ik denk en ik hoop dat ze op bepaalde momenten iets van mij overnemen. Ik
kan op de training of in de wedstrijd altijd iets zeggen of doen. Bij Ajax heersen er
bepaalde ideeën. Ik ben op dit moment wat die ideeën betreft de meest ervaren Ajacied.
Het is niet zo dat ik constant bezig ben om jongens een bepaalde richting op te sturen, te
coachen. Het is een natuurlijk proces. We moeten samen een richting op gaan. De filosofie
begint bij de clubleiding, dan komen de trainers en dan de spelers.'
Ben jij de schakel tussen de technische staf en de jonge spelersgroep? Ben jij de verper
soonlijking van de technische staf in het veld?
'Ajax heeft een bepaalde filosofie. De trainers hebben een bepaalde filosofie. Die filosofie
is grotendeels ook mijn filosofie. Als ik iets doe of zeg, is het dus meestal in die lijn. En
natuurlijk, als meest ervaren speler moet ik het een en ander doen of zeggen, maar veel
van die dingen doe ik al automatisch. Er ontstaat dus geen situatie dat ik iets zeg of doe
omdat de clubleiding of de trainers mij dat opgedragen hebben. Ik ben bezig op de manier
die goed bij mij past. Mijn manier is altijd geweest dat we het met zijn allen doen. Voetbal
is een teamsport. Ook Rafael van der Vaart, Wesley Sneijder, Maarten Stekelenburg, Nigel
de Jong en Johnny Heitinga hebben de Ajax-school doorlopen, dus hun manier van doen
ligt ook in die lijn. Het verschil is alleen dat ik tien jaar meer ervaring heb.'
Speelt naast dat natuurlijke proces de aanvoerdersband nog een rol?
'Ik doe veel dingen automatisch en niet omdat ik aanvoerder ben. Natuurlijk moetje als
captain in het randgebeuren wat meer regelen en moetje met wat meer dingen rekening
houden. Maar eenmaal in het veld doe ik dezelfde dingen of ik nou aanvoerder ben of niet.
Ik leef mee met het spel, met de trainingen. Ik kan me nog herinneren dat in mijn beginpe
riode iemand tegen mij zei: "Jeetje, jij hebt een groot zelfvertrouwen, zeg, je was in de
wedstrijd zomaar aanwijzingen aan Frank Rijkaard aan het geven." Dat had ik niet eens
door, dat had ik me helemaal niet gerealiseerd.'
Hersteltrainer
Een constante stoorzender in het vervullen van zijn rol binnen het team is zijn broze
lichaam. In de anderhalfjaar dat hij weer Ajacied is, verblijft hij meer in het krachthonk
dan op het trainingsveld, bekijkt hij meer wedstrijden vanaf de tribune dan dat hij erin
actief is.
'Eigenlijk heb ik vanaf het moment dat we uit de Meer vertrokken zijn, dus vanaf de
periode in de ArenA, regelmatig last van blessures. Ik heb nog nooit een heel zware bles
sure gehad, zoals Mare Overmars bijvoorbeeld of Johnny Heitinga. Ik heb regelmatig
kleine blessures gehad, die de ene keer een maand en de andere keer iets langer duurden.
Dit jaar heb ik echter eigenlijk al negen maanden last van mijn achilles. Ik heb tussendoor
wel gespeeld, maar achteraf gezien was het nooit honderd procent.'
Hoe kun je je telkens weer opladen om zo'n herstelproces in te gaan?
Litmanen: 'Het is heel simpel: of ik geef op of ik ga door. Voorlopig ga ik gewoon door. Het
kost tijd. Je begint de dag eerder dan de fitte jongens en je bent later klaar. Omdat het
meer tijd kost, kost het kracht. Fysieke kracht. Maar ook mentaal is het moeilijk. De jon
gens die fit zijn, trainen met elkaar, bereiden zich met een goed gevoel voor op en leven
met elkaar toe naar een wedstrijd waarin ze kunnen voetballen. En dat is wat iedere voet
baller wil, voetballen. De dag na het duel kunnen ze een beetje uitrusten en herstellen om
zich vervolgens weer op te laden voor het volgende treffen. Als geblesseerde speler leef
je in een heel andere ritme. Je maakt je teamgenoten van dichtbij mee, maar je bent
tegelijkertijd zo ver weg. Je ziet de anderen plezier hebben in het voetbal. Zelf ben je met
allerlei andere dingen bezig die op directe wijze niets te maken hebben met voetbal,
's Ochtends gaan de jongens lekker het veld op, ze rennen, ze spelen met de bal, en
komen heerlijk bezweet terug. Zelf ga je het krachthonk in, een beetje fietsen, wat ge
wichten heffen. Je herhaalt een oefening honderden, duizenden keren op de plaats van je
lichaam waar je geblesseerd bent. Daarnaast moet je de rest van je lichaam op een goed
conditieniveau houden. Na een tijd is je lichaam weer fit, maar dan moetje op het veld op
nieuw beginnen. Je moet lopen, voortdurend lang lopen. Puur om je conditie op te bou
wen. Daarna moet je je balgevoel terug gaan krijgen. Vervolgens train je weer mee met de
groep, maar dan heb je ineens het gevoel: er staan te veel jongens om me heen! Je bent
niemand gewend om je heen. Je bent zo lang alleen geweest. Het is dus telkens een heel