Maurits 'Maup' Caransa (1916-2009)
De Amsterdamse miljonair Maup Caransa, vooral bekend door
zijn ontvoering van tien dagen in 1977, overleed vorige week
op 93-jarige leeftijd. De ondernemer had een intieme band met
Ajax. De club werd hem zelfs te koop aangeboden.
Een gerucht
ajaxlife
Machiel Laumans, Hidde Maas
en Martijn Bruning
Seizoenkaarthouders sinds 2005
PROFIEL
20-08-2009
Ajax had bijna een
eigenaar gehad
DOOR JURRYT VAN DE VOOREN
In zijn boek Ajax, the Dutch, the war
bespreekt Simon Kuper onder meer
de invloed van de Joodse zakenman
Maup Caransa op Ajax. Voor de
oorlog volgde hij de club amper,
omdat, zo schreef hij aan Kuper, 'er
geen tijd en geld voor was'. Na de
bezetting, die zijn ouders en drie
broers niet overleefden, raakte hij
wel bij de club betrokken.
Vooral zijn vriendschap met Jaap
van Praag sprong in het oog.
Sportjournalist Bep van Houdt,
die Ajax in de jaren zestig volgde
voor onder meer Het Parool, zag
Caransa altijd in de bestuurskamer
zitten. En omdat in die tijd de
spelers nog samen met journalisten
en supporters in hetzelfde vliegtuig
zaten voor een Europese wedstrijd,
was het ook voor iedereen zichtbaar
dat Caransa altijd daarbij aanwezig
was.
Volgens Ajax-archivaris Wim
Schoevaart heeft Caransa enkele
jaren in de Ledenraad van Ajax
gezeten. "Maar meer dan drie jaar
was het niet, en verder heeft hij
nooit een officiële functie gehad."
Wel gaf Caransa de nodige adviezen
aan Ajax, die toch vooral financieel
van aard geweest zullen zijn. Ook
zou de club gebruik hebben gemaakt
van zijn enorme vermogen.
Caransa had dus een vriend
schappelijke band met Jaap van
Praag, die in 1964 voorzitter werd
van Ajax, als opvolger van Jan
Melchers. In de tijd van Melchers
was Ajax nog lang niet de grote club
van Johan Cruijff en Rinus Michels
- integendeel. Binnen Ajax zou
daarom een discussie zijn gevoerd
om Caransa over te halen de club op
te kopen. De zakenman weigerde,
mede omdat hij niet overtuigd
was van de zakelijke inzichten
van veel bestuurders. Deze klacht
zou Caransa vaker uitspreken als
het om het Nederlandse betaalde
voetbal ging: te veel amateurs op
belangrijke plekken.
Niet veel later zou Ajax toch de
beschikking krijgen over meer geld,
maar dat was pas nadat Van Praag
het roer had overgenomen. Volgens
Kuper was het mede aan zijn goede
relatie met Caransa te danken dat
Ajax status verkreeg. Kuper: 'De
club kreeg hierdoor meer allure.
Een speler die bij Ajax kwam, kon
rekenen op extra cash.'
Sportjournalist Ed van Opzeeland
denkt dat Caransa in die tijd 'veel
poen heeft gestoken in Ajax'. Het
was alleen niet met de openheid van
nu, zoals bij een beursgenoteerd
bedrijf hoort. "Wat niet weet, wat
niet deert," aldus Van Opzeeland,
die zelf een geboren en getogen
Amsterdammer is.
In 1970 was er een vaag gerucht dat
Caransa de nieuwe voorzitter van
Ajax zou worden. Dit verhaal werd
op 24 augustus 1970 tussen neus en
Maup Caransa (I) met Sjaak Swart, in 1968.
lippen opgeschreven door de bladen
van de Gemeenschappelijke Pers
Dienst. Schoevaart ramt dit gerucht
echter definitief de kop in: "Geen
schijn van kans! In die tijd moest de
voorzitter van Ajax altijd uit de club
zelf komen, en dat kwam Caransa
niet."
De relatie bleef dus vooral informeel
van aard, en buiten zicht van
pottenkijkers. Caransa speelde
hiermee een belangrijke rol bij Ajax,
maar niet officieel. Volgens Kuper
was dat juist heel kenmerkend
voor de club in die naoorlogse tijd:
'Een voetbalclub is eigenlijk een
familie, en dat geldt vooral voor
mensen die zelf geen familie meer
hebben. Supporters van andere
clubs begonnen Ajax een Jodenclub
te noemen, maar eigenlijk was het
eerder een naoorlogse Nederlands-
Joodse familie.'
Aldus Kuper, die hierin een
verklaring zoekt voor de
aanwezigheid van iemand als
Caransa.
Dit artikel is eerder geplaatst op de
website www.sportgeschiedenis, nl.