LaPeroe flOr
'Ik pakte mijn autootje en reed terug naar Twente met maar één doel; kampioen worden'
Ajax Life nummer 14 5 maart 2005
Bob ontmoet Jan van Halst
AMSTERDAM - Jan van Halst beleefde roerige tijden bij Ajax. Het ontslag van Jan Wouters, de
verbanning door Co Adriaanse, de verhuur aan Fortuna Sittard en het kampioenschap onder
Ronald Koeman. Desondanks bewaart de Tukker warme herinneringen aan zijn periode bij
Ajax, een tijd die hij voor geen goud had willen missen. Bob ontmoet een échte doorzetter.
Door Arnout Verzijl
„Ajax was altijd zover weg voor mij. Ik speelde al
negen jaar bij Twente. Dat ging me best goed af, al
realiseerde ik me altijd goed, dat ik niet exceptio
neel was of zo. Eind maart 1999 - tijdens een uit
zending van Studio Sport - ging het gesprek over
de opvolging van Danny Blind. Analyticus Wim
Kieft liet mijn naam vallen. Ik was toen nog in bet
stadion, met FC Twente hadden we net van Roda
J.C. gewonnen. Enkele journalisten kwamen naar
me toe en zeiden "je naam wordt genoemd bij
Ajax". Ik lachen natuurlijk. Maar het nieuws bleef
zich herhalen en haalde zelfs de kranten.
Een week of twee, drie later speelden we thuis
tegen NEC. Ik weet het nog precies. Na afloop
kreeg ik een telefoontje van mijn vrouw Karin, die
me vertelde dat Jan Wouters nét naar huis had
gebeld. Ik heb een aantal vrienden, die ik er direct
van verdacht dat ze me in de maling zouden
nemen. Dus ik vroeg haar wie was het, Ivar, Erwin
of Frankie? "Nee", zei ze, "het was écht Jan Wou
ters". Hij wist dat ik bezig was met mijn contract
te verlengen bij Twente en had mijn vrouw laten
weten dat zij tegen mij moest zeggen dat niet te
doen. Hij zou de volgend ochtend om half 10
opnieuw bellen. Ik ben voor de zekerheid naar het
kantoor van trainer Hans Meijer gelopen. Ik zei
"Hans, het kan gebeuren dat ik morgen door Jan
Wouters word gebeld. Maar het kunnen ook
vrienden van me zijn, die een geintje met me uit
halen. Mocht ik echter naar Ajax kunnen, dan ga
ik. Wat er ook gebeurt, al moet ik naar de rechter
toe.". De volgende ochtend om precies 09.30 uur
ging de telefoon. Niet tien minuten eerder of
later,maar exact op dat tijdstip. Dat sprak me heel
erg aan. Het gesprek, ook zoiets. Dat was heel kort.
"Ja, met Jan. Heb je zin om bij Ajax te komen voet
ballen"? Ik dacht dat een club als Ajax daar vast
wel een protocol voor zou hebben, maar dat bleek
niet zo te zijn. "Tuurlijk man", zei ik. "Goed, dan
blijf ik verder weg van de onderhandelingen, ik
geef het door aan de directie."
Een paar weken later waren de clubs er nog niet
uit, toen ik al op weg was naar de ArenA. Toen ik
de kamer van penningmeester Arie van Os bin
nenstapte, waren ze nog aan het onderhandelen.
Ik was al 30 jaaT en in die tijd vierden de transfer
sommen nog hoogtijdagen. Ik geloof dat er iets
van 6,5 miljoen gulden voor mij is betaald; zoiets
kon toen nog. We zijn er toen ter plekke uitgeko
men. Dat was een bijzondere dag, want vrijwel
tegelijkertijd werd mijn zoontje opgenomen in
het ziekenhuis wegens een hevige astma-aanval.
Ik belde naar huis, met het goede nieuws van mijn
contract en kreeg mijn schoonmoeder aan de lijn.
Ik meldde dat ik voor vier jaar had getekend. "Nou
gefeliciteerd", zei ze, "maar ik heb slecht nieuws.
Mick is net opgenomen in het ziekenhuis". Mijn
vrouw kreeg terstond een migraine-aanval. We
gingen nog wel uit eten met Jan Wouters - snel
een Chineesje naar binnen gewerkt - en vervol
gens als een speer teruggegaan naar Twente.
Mijn vrouw lag al in de auto te slapen - die heb ik
thuis afgezet - en vervolgens ben ik doorge
scheurd naar het ziekenhuis. Daar zag ik mijn
zoontje met allemaal slangetjes aan zijn lijf en zo.
Het was een dag van uitersten. Ik kan het nu goed
relativeren hoor, want hij is nu helemaal over de
astma heen en zoiets is minder erg dan een écht
levensbedreigende ziekte. Maar tóch, wat een dag
was dat! Ik kreeg een shirt mee, rugnummer 6, en
allemaal speldjes en zo. En toen ineens het zie
kenhuis. Wat een contrast!"
Bob: „Ik ben - toen hij eT nog maar nét was - naaT
hem toegegaan. Ik was heel blij met zijn komst,
want wij hadden een type als Jan van Halst nodig.
"Je weet wel bij welke club je komt hè", beet ik
hem toe. Jan van Halst weet het nog: „Mijn vrouw
was daar nogal van onder de indruk. De hele
entourage. NoTmaal is het zo, dat als iemand naar
Ajax gaat, iedereen hem feliciteert. Bob deed het
dus anders en mijn vrouw schrok daar nogal van.
Ze zei "Dat is Bobby Haarms, die is helemaal
Ajax.". Ik kende Bobby al wat langer natuurlijk,
van onderlinge wedstrijden, dus ik was het al een
beetje gewend. "Hé, rustig aan vandaag hè", zei
Bobby wel eens tegen me, als ik met Twente tegen
Ajax moest.
Jan: „Mijn eerste jaar was een keiharde leerschool.
Ik raakte in het begin geblesseerd aan mijn achil
lespees. De trainingen hier zijn zó anders. Zelfs de
warming-up is snel en moet helemaal top zijn. Ik
was vast van plan meteen alles vól mee te doen,
terwijl ik juist beter de kat even uit boom had
kunnen kijken. Ik heb een half jaaT nodig gehad
om aan te haken en nét rond het ontslag van
Wouters had ik m'n draai gevonden. Maar dat viel
helemaal niet op, omdat het elftal op dat moment
totaal niet liep." Hans Westerhof verving Jan Wou
ters. Onder die tTainer was Van Halst vaste klant
in de basis. In zijn eerste jaar speelde de noeste
middenvelder 21 duels.
MENTALE DREUN
Bob: „Jan gaf nooit op. Hoe kapot hij ook was, alle
sessies maakte hij af. De één na laatste oefening
was koppend afronden op de goal. Ik stond achter
het net en gooide de ballen over het doel heen.
Jan moest ze dan inkoppen. Snel weer naar de
penaltystip en opnieuw koppen. De laatste van de
serie van tien moest altijd een 'Beppie' zijn. Een
duikkopbal, genoemd naar Bep Bakhuys die daar
vroeger zijn handelsmerk van maakte. Jan gaf
alles, ik maar aanmoedigen. En dan kwam als
laatste nog 'het vest'. "Deze haal je niet Jan", zei ik
dan. Maar hij ging dooT hè. Met dat - met zeven
kilo zand verzwaarde - vest ging-ie een halve
minuut kappen en draaien, wenden, keren. Hij
gaf nooit op. Wat een doorzettingsvermogen."
Jan: „Ik ging dan helemaal kapot. Ik was blij dat ik
toen in Amstelveen woonde. In mijn tweede
periode bij Ajax woonde ik weer in Twente. Dan
had ik niet iedere dag terug kunnen rijden, want
ik was onderweg beslist in de auto in slaap geval
len.
Het jaar erop kwam Co Adriaanse. In een officieel
gesprek inclusief een notulist, in verband met de
beursgenoteerdheid, liet hij Van Halst weten dat
er voor hem geen plaats was bij Ajax: „Hij zei me,
dat ik onder zijn leiding niet aan spelen zou toe
komen. Ik zou niet in het systeem passen dat hem
voor ogen stond. Ik kreeg geen parkeerplek op het
ArenA-dek en mocht me niet meer laten zien in
het spelershome. Die beslissing was mijn grootste
teleurstelling bij Ajax. Wat mij betreft, hoefde ik
écht niet altijd te spelen, maar dan kon ik toch wel
een functie blijven houden binnen de ploeg, in de
kleedkamer en op de training. Daar had ik genoe
gen meegenomen, maar Adriaanse heeft me
geen enkele kans gegeven. Zonder verder wat uit
te leggen. Dat was een zware mentale dreun.
Enkele jaren later - toen ik bij Vitesse speelde -
kwam hij met AZ op bezoek. Hij zei "loop eens
mee". Hij bedankte me dat ik hem nooit was afge
vallen en had aangepakt in de pers. Want dat had
ik makkelijk kunnen doen aldus Adriaanse. Dat
vond ik wel mooi. Maar over zijn beslissing om
mij toen te verbannen, hebben we het nooit meer
gehad. Daar zou ik best nog wel eens met hem
over willen praten. Ik had liever gehad dat hij "Jan
je kop staat me niet aan" tegen me gezegd had.
Alles was beter geweest dan dit. Wat Adriaanse
niet wist, was dat ik heel goed overweg kon met
de portier en met de koffiejuffrouw. Dus ik kon
wel op het parkeerdek parkeren en kreeg na
afloop van iedere training wat te eten en dTinken
mee voor onderweg. Twee bolletjes, kaas en
salami."
Van Halst werd een jaar verhuurd aan Fortuna
Sittard. Maar een tweede seizoen degradatievoet
bal, zag hij niet meer zitten: Puur als voetballief
hebber wilde ik liever iedeTe dag trainen met het
tweede van Ajax, dan degradatievoetbal met For
tuna spelen. Gelukkig besloot Adriaanse dat Ajax-
één niet tegelijkertijd met het Ajax-twee zou
gaan trainen. Het werd later, waardoor ik pas na
de files hoefde te rijden. Ik heb heerlijk getraind
en veel plezier beleefd, want Jong Ajax was een
fantastisch elftal. Wel moest ik van me afzetten,
dat ik geen top wedstrijden meer speelde."
GOEDE FLES WIJN
Ronald Koeman werd tijdens het seizoen 200i/'02
aangesteld als opvolger van Co Adriaanse: Ik
wist dat Koeman wel gecharmeerd van me was.
Hij wilde me al eens halen toen hij nog trainer
was van Vitesse, maar vanwege de financiële pro
blemen daar bleek dat niet haalbaar. Ik was
inmiddels 33 jaar en rekende nergens meer op. De
eerste dag hebben we elkaar gewoon gedag
gezegd; ik was al blij dat ik een bakkie koffie met
hem mocht drinken. Na een paar wedstrijden las
ik een quote waarin hij zei dat het maar eens
afgelopen moest zijn met het feit dat de Ajax-spe-
lers na afloop steeds met witte broekjes van het
veld gingen; er moest meer gewerkt worden. Ik
dacht "Het zal toch niet waar zijn?" Wel dus! Op
een gegeven moment - ik stond nog even met
Bryan Roy te trappen en te passen - zei Ronald
"Jan, heb je vanmiddag even tijd"?
Ik kwam het kantoor binnen en daar zat hij,
samen met Leo Beenhakker. Ik verwachtte dat die
het gesprek zou leiden, maar het enige wat Koe
man zei was "Op 7 januari om negen uur, willen
we je graag weer bij de A-selectie hebben. Wat
vind je ervan"? "Nou prima, ik loop hier tóch
rond", grapte ik. "Zorg dat je fit bent en - ja - je
krijgt nummer 8." Binnen een minuut was het
beklonken. Na dat gesprek belde ik naar huis en
zei tegen Karin "trek maar een goede fles wijn
open, want vanaf nu ga ik leven als een monnik".
Om twee uur 's middags zaten we aan de wijn. Ik
had eigenlijk twee weken vakantie, maar ik ben
gaan trainen als een gek; bleef hardlopen als een
idioot. Iedere avond vroeg naar bed, ook als er
visite was. Met Oud Nieuw lag ik om elf uur te
slapen. Iedereen om me heen begreep het. Ik was
helemaal 'wausj', iedere dag lopen door het bos. Ik
wist van mijn eerste periode nog, dat ik meer
moest brengen. Een gewoon duurloopje was niet
voldoende. In mijn eentje ben ik dooT het bos
gaan sprinten, van de ene boom naar de andere.
Als mensen me toen gezien hadden, zouden ze
me voor gek hebben verklaard. Maar ja, op de eer
ste training na de winterstop verscheen ik super
fit aan de start. Iedere ochtend reed ik om zes uur
weg uit Hengelo. Ik had en heb een hekel aan te
laat komen. Soms zat ik 3,5 uur in de auto, maar
soms kon ik zó doorrijden. Dan was ik eerder in
het stadion dan de koffiejuffrouw. Kleedde ik me
vast om en deed ik wat krachttraining. Héél
Nederland is trouwens om zes uur onderweg
hoor. Voetballers beseffen niet hoe lekker ze het
hebben. Ze zijn zo verwend."
Bob: „De inbreng van Jan was geweldig. In de
kleedkamer ging hij het hele rijtje langs, om
iedereen op te peppen. Ook in de rust deed hij
dat." Jan: „Ik ben een klein beetje bijgelovig. Toen
ik net terugkwam - vlak voor de eerste wedstrijd -
sloeg ik Chivu in z'n gezicht. Zo van "kom op hè"".
Maar ik deed het iets te hard en hij had behoorlijk
pijn. Maar ja, we wonnen, dus wilde ik dat vervol-
Lees verder op pagina 15
Jan van Halst neemt een slokje op het allermooiste moment uit zijn loopbaan.
Delflandplein 14,1062 HR Amsterdam, Tel: 020 - 615 46 29
Bij alle thuiswedstrijden van Ajax zondag open
met li ve-muziek vanaf 17.00 uur.
Ma. t/m vt. 12.00 tot 22.00 uur